• Het winkeltje…

    Winkel, restaurant, huis alles is er...Dit fijne houten meubel doet onder andere dienst als ‘loket’, ‘winkel’, ‘restaurant’, ‘politiebureau’, ‘poppenkast’, ‘huis’ en nog veel meer.

    In de spelkamer ‘maken we gebruik van’ spontaan en kind-gestuurd spel. Dat wil zeggen dat de kinderen aangeven wat ze willen spelen en hoe ze willen spelen. Ze bepalen zelf wie welke rol heeft en waar we waren en wat er gebeurde en ik volg het kind (o.a. door de rollen uit te vragen en wat de bedoeling is).

    Bij het winkeltje wordt vaak (spontaan) rollenspel gespeeld. Middels deze vorm van verbeeldend spel kunnen kinderen ‘doen alsof’ en dat is veilig voor hen.
    Ze kunnen ervaring opdoen met een rol die ze in ‘het echte leven’ misschien nog niet durven spelen.

    Zo zijn er bijvoorbeeld kinderen die moeite hebben met voor zichzelf opkomen, ze volgen ‘orders’ op van andere kinderen en tonen weinig spelinitiatief op school of als ze thuis spelen.
    Deze kinderen spelen in de spelkamer vaak de rol die ze misschien in het écht zouden willen spelen, óf ze vragen mij om die rol éérst te spelen om zodoende veilig ‘de kunst af te kijken’.

    Een voorbeeld van wat er in de spelkamer gespeeld wordt is “De baas van het restaurant”: het kind speelt ‘de baas’ (zegt wat er moet gebeuren, wanneer en hoe) en het kind vraagt mij om ‘het hulpje’ te zijn (degene die uitvoert wat de baas wil: afwas doen, bestellingen opnemen, met de klanten praten etc).
    We noemen elkaar dan ook ‘de baas” en ‘het hulpje’. “Baas wat moet ik doen?” is dan een van de vragen die ik stel.

    Kinderen kunnen op deze manier concreet ervaren (‘oefenen’)  hoe je een rol kunt invullen/spelen en ervaren welk effect het gedrag in deze rol heeft op de ander (op mij, de veilige therapeut in de rol van ‘hulpje’).
    Ik geef zo nu en dan ook gevoelsreflecties over hoe het voelt om ‘orders’ te krijgen, daarmee worden de gevoelens die een kind in het echt heeft (als ‘volger’) ook naar voren gebracht. Het kind kan als het dat kan en wil ook aangeven of ‘het hulpje’ het nog wel leuk vindt om telkens ‘orders’ te krijgen en hoe/wat het daarover aan ‘de baas’ zou kunnen laten merken. Dit ogenschijnlijk simpele spel heeft dus werking op meerdere gebieden.

    Na verloop van tijd zullen ouders en leerkrachten merken dat het kind meer spelinitiatief toont (i.p.v. altijd te doen wat de andere kinderen willen) en dat het zichzelf meer laat zien/horen.

    Dit type spel kun je natuurlijk thuis met je kind ook spelen, wanneer je kind jou daartoe uitnodigt. Een loket heb je al snel gemaakt (bij Ikea zijn ook van die ‘wegwerp’-winkeltjes van karton of je maakt er zelf een van een grote oude doos of van een laag boekenkastje) en je zet er wat verkleedkleren en kassa etc bij en hupsakee er kan gespeeld worden.
    Mocht jouw kind je uitnodigen om mee te spelen dan kun je bijvoorbeeld vragen:
    – Wie was jij en wie was ik?
    – Waar waren we?
    – Wat gebeurde er?
    – Wat wilde de….   en wat wilde….
    – Wat ging …. toen zeggen / doen?
    – Etc.

    De volgende keer zal ik vertellen over spelen met het poppenhuis.

    Speelse groet,

    Janna

Comments are closed.